verre oorden

14. Tabee!

Zwaluwtrek

Zwaluwentrek

Het is vooral de wijze waarop het vertrek plaatsvindt die tot weemoed stemt: resoluut, onherroepelijk en dan ook allemaal. Ze laten een leegte achter en sluiten de zomer definitief af, de wegtrekkende Boerenzwaluwen in september. Vanaf het begin van deze maand zie je ze vrijwel dagelijks  in groepen overvliegen, vaak vergezeld van Huiszwaluwen, tientallen tot soms wel honderden individuen bij elkaar. Vaak vliegen ze insectenvangend heen en weer en blijven ze een kwartiertje hangen op een voedselrijke plek, maar de grote beweging is toch altijd die naar het zuiden. Ze dwingen bewondering af met hun doelgerichte gedrag, twijfel kennen ze niet. Ze hebben dan ook geen keuze, hier blijven is geen optie en wat niet mee kan komen, laten ze achter. Ze gáán, zonder compromis. Mijn weemoed in de nazomer wordt natuurlijk ook gewekt door het veranderende licht, door de doorleefde sfeer in de tuin en de nevelige kilte in de vroege ochtend als de eerste voorboden van de komende winter. Maar het zijn toch vooral deze vogeltjes die me echt raken met hun tijding: “Wij vertrekken. Tabee!”. Zij zijn een metafoor voor de vrijheid om op te stappen wanneer je de kriebels daartoe voelt en voor het verlangen naar het reizen naar oorden ver voorbij de einder.

De trek van de Boerenzwaluwen in de nazomer houdt een paar weken aan, een deel van de Noord-Europese populatie komt hier voorbij. Het is altijd ongewis wanneer je het laatste exemplaar ziet overvliegen, soms pas laat in oktober. Na de eerste flinke nachtvorst is het meestal wel voorbij, er valt dan nauwelijks meer voedsel te halen, hen rest slechts regelrecht doorvliegen en hopen dat ze de eerste grote barrière halen, die van de Alpen of de Pyreneeën. Je kan dus lekker lang genieten van hun nazomertrek, in tegenstelling tot bijvoorbeeld die van de Gierzwaluwen. Gierzwaluwen vertrekken rond 1 augustus met de noorderzon en laten je met stomheid geslagen achter, van de ene op de andere dag zijn ze verdwenen. “Ik had ze nog één keer willen zien!” mijmer ik ieder jaar weer, en die ene verdwaalde Gierzwaluw die ik half augustus nog bij toeval zie, maakt dat gemis niet meer goed. Niets geen afscheid, niets geen langzaam wennen aan het idee dat ik het de volgende 9 maanden zonder hen moet stellen.

Deze week zag ik Boerenzwaluwen nog een stal van een boerderij net buiten Driebergen binnen vliegen. Dat duidt op een heel laat nest met jongen. Ze kunnen nog even profiteren van de warme nazomerdagen, maar mijn weemoed kent grenzen: “Hup! Opschieten! De tijd dringt!”.