tijdreizen

7. Tijdreizen

Of de transformatie in de natuur

Met een beetje fantasie is het voorjaar het moment bij uitstek om een reisje in de tijd te maken. Twee tot drie weken tijdsverschil overbruggen moet haalbaar zijn. Nee, ik doel niet op gedachte-experimenten rond de relativiteitstheorie of op sciencefiction gebaseerde literatuur, maar op een uitstapje langs een noord-zuid as in Europa. Wanneer je vroeg in het groeiseizoen naar het zuiden reist en goed om je heen kijkt, valt het je op dat het voorjaar verder gevorderd is naarmate je verder naar het zuiden afreist, en naar het noorden vice versa. In zekere zin reis je dus vooruit in de tijd als je naar het zuiden gaat en terug in de tijd als je naar het noorden gaat. In het najaar is dat precies andersom.

Exif_JPEG_PICTURE

Eerste bloei Boswilg (met honingbijen)

Eerste waarnemingen’ in de natuur, (eerste bloeiende Boswilg, eerste Maarts Viooltje, etc.), zijn te beschouwen als een transformatie van niets naar iets naar veel: maandenlang heb je tegen kale bomen aan zitten kijken (‘niets’), ineens zie je het eerste geel van een bloeiend wilgenkatje (‘iets’). Kort daarna zie je het overal (‘veel’). Juist omdat het een transformatie is, valt het zo sterk op. Dit heeft een analogie met het fenomeen uit de natuurkunde dat een minimum vaak veel beter waarneembaar is dan een maximum. Het verschil tussen bijvoorbeeld geen sigarettenrook (‘niets’) en de rook afkomstig van de eerste trek (‘iets’) valt altijd heel sterk op; het verschil tussen de volgende 15 en 45 sigaretten (‘veel’) die gerookt worden is nauwelijks meer waarneembaar.

De auto of liever nog de trein is voor dit tijdexperiment een uitstekend vervoermiddel; per dag leg je makkelijk enkele honderden kilometers af en de transformatie van niets naar iets naar veel speelt zich in een paar uur tijd voor je ogen af. Naast de Boswilg zijn er een flink aantal andere soorten die zich goed lenen voor deze prettige opwinding. Ze moeten natuurlijk een beetje opvallend zijn en liefst algemeen voorkomen langs de spoorbaan of snelweg, zoals Sleedoorn, Gele kornoelje en, iets later in het seizoen, de Noorse Esdoorn, de Kers enzovoorts. Paardekastanje is er ook zo een: in Maastricht bloeit die meestal een week eerder dan in Utrecht. Wanneer je reis echter fors langer is dan pakweg 500 kilometer zuidwaarts dan treedt er een ander fenomeen op: naast bekende soorten zie je dan gaandeweg ook steeds meer nieuwe soorten verschijnen die in je eigen woonomgeving helemaal niet voorkomen. De eerste bloei van zo’n nieuwe, zuidelijke soort ontkracht dat gevoel van tijdreizen, omdat het je zo overduidelijk met je neus op de feiten drukt dat je je natuurlijk helemaal niet in de tijd maar in de ruimte aan het verplaatsen bent: je bent dan in een ander floradistrict aangekomen.

Eerlijk gezegd verwacht ik dat mijn aanstaande tijdreisje langs de noord-zuid as in het voorjaar van 2014 wat dit betreft niet zo spectaculair zal zijn: de winter, die geen winter was, heeft ervoor gezorgd dat we hier al een maandje voorlopen. Het Klein Hoefblad en de Boswilg staan reeds in bloei. Maar mijn voorpret is er niet minder om en ik laat me graag verrassen.

3 maart 2014