oogfactor

12. De oogfactor

Verleiding zit vaak in een klein detail zoals een oogopslag en dat is niet verwonderlijk. Wij zijn immers uitermate gevoelig voor ogen. Oogcontact behoort met huidcontact tot de meest intieme vormen van communicatie. Het bewust vermijden dan wel het zoeken van oogcontact laat niemand onberoerd en intuïtief voel je altijd wel aan wat ermee wil worden uitgedrukt. Één blik in de ogen van een ander leert je ogenblikkelijk wat de ander in zijn schild voert.

Ik heb de indruk dat ogen ook in de rest van het dierenrijk een belangrijke rol spelen in de onderlinge communicatie, niet alleen tussen soortgenoten, maar ook tussen individuen van verschillende soorten. Ik denk zelfs dat de mate waarin wij ons aangetrokken voelen tot bepaalde dieren dan wel onze gepaste afstand ertoe bewaren, voor een niet gering deel bepaald wordt door de uitdrukking van de ogen van het betreffende dier. Rudi Kousbroek introduceerde in 1969 het begrip aaibaarheidsfactor als relatieve maat voor de genegenheid die door dieren (en meer in het bijzonder door katten) bij mensen wordt opgewekt. Ter aanvulling van ons begrip van het opwekken van deze genegenheid introduceer ik het begrip oogfactor. Het is immers veelal de blik van een dier waar we voor zwichten, dankbaar uitgebuit door pandabeerbeschermers en de stichting ‘Bont voor Dieren’.

Kolibrievlinder op Zeepkruid. Foto San van der Molen. Klik op foto voor vergroting

Kolibrievlinder op Zeepkruid. Foto San van der Molen.
Klik op de foto om de oogfactor goed te zien

Vorige week, op een mooie zomerse dag in september, ging ik zelf voor de bijl. Plaats van het voorval: de botanische tuin ‘Fort Hoofddijk’ in Utrecht. Ik ga daar vaak en graag naar toe, en niet alleen om de uitbundige vegetatie te bewonderen, maar vooral ook om mijn aanhoudende nieuwsgierigheid naar vliegende bloembezoekers te bevredigen (vliegen de bijen vandaag en zo ja, waar halen ze de honing vandaan?). Direct na binnenkomst in de tuin kwam zij (hij?) langs, de Kolibrievlinder, een beauty met een hele hoge oogfactor. Ofschoon je ze hier in Nederland niet zo heel vaak ziet, zijn ze toch niet echt zeldzaam en vooral in de trektijd aan het einde van de zomer kan je het geluk hebben er een te treffen. Ze zijn niet schuw en ze hangen stil in de lucht voor een bloem op armlengte afstand om zich zowel bovenop de gekleurde vleugels als van opzij te laten bewonderen. Maar ze zijn watervlug en ze weten dat ze slechts een ogenblik nodig hebben om je te verleiden en een verpletterende indruk achter te laten. Ze zijn er in geslaagd om hun starre, uitdrukkingsloze facetoogjes zodanig met mascara op te maken dat je als kijker ervaart dat jouw blik in de diepte van hun pupillen verdwijnt zodat je uit schaamte even wegkijkt, totdat je beseft dat je misleid bent. Insecten hebben immers geen pupillen. Maar toch, die kraaloogjes ….!