horror vacui

1. Snoeivrees

Of de voldoening van de meester

Minne Buwalda deed in december 2013 een oproep in de NRC tot ‘leraarschap’ oftewel tot het overdragen en nalaten van existentiële kennis, omdat dat zowel de leerling als de meester ten goede komt. Dat beeld spreekt me wel aan, het doet me denken aan de jaren die ik zelf als leerling doorbracht op het dak naast meesterrietdekker Toon van Dijk, die alle tijd nam om mij zijn ambacht te leren. Heerlijk was dat en misschien was het wel de mooiste tijd van mijn leven: een tijd van onbezorgd leerling kunnen zijn.

Gisteren werd ik echter op een veel intenser genot getrakteerd: ik mocht de voldoening van de meester smaken. Kennis en ambacht vergaren is mooi, zien dat de door jou doorgegeven kennis en ervaring worden opgepikt is nog veel mooier. Het betrof hier mijn nicht Lotte, aan het werk in haar tuin.

Iedere leerling-snoeier kent het horror pleni oftewel de snoeivrees, als pendant van het horror vacui van de schilder voor een maagdelijk wit doek: een boom of struik zó vol met takken dat je geen idee hebt waar je moet beginnen. Net als de eerste streek op het doek is de eerste knip onomkeerbaar. Dat zijn die daarna trouwens ook. De angst bekruipt je dat je juist die takken wegsnoeit waar later in het seizoen de geurende bloemen dan wel de zoete vruchten aan zouden moeten komen. Nou vertelde mijn eigen fruitteeltleraar Cees Pater dat je al doende leert, en dat wanneer je echt goed wil leren snoeien, je het beste veel ervaring op kan doen in de tuin van je buren. Hij stelde daarbij wel meteen de voorwaarde, dat je je buren moet uitnodigen om hetzelfde bij jou te komen doen. Hij had om twee redenen gelijk: bij je eigen bomen en struiken is je snoeivrees veel groter dan bij die van je buren. En daarnaast wil je je buren te vriend houden, dus lever je goed werk af.

De snoeilessen van Pater hebben hun vruchten afgeworpen. Ik heb in mijn leven al een aantal snoeischaren ‘Felco 2’ versleten, ik heb menige wederdienst betaald met vele uren snoeiplezier in andermans fruithof en bovendien heb ik zelf snoeicursussen mogen geven.

copyright Wim Vermaak

foto Wim Vermaak

Maar het heeft even geduurd vóór ik de kunst van het snoeien der druiven zodanig beheerste, dat ik ook dat aspect van de snoeikunst durfde over te dragen. Toen Lotte 5 jaar geleden haar eerste eigen tuin had, wilde ze alles van me weten, ook hoe ze een mooi cordon moest vormen van de druif die ik haar schonk. Druiven snoeien in zo’n mooi geleide vorm langs een gevel of in een kas is hogeschoolkunde(1) en het lijkt voor de leek zó ingewikkeld dat het niet te leren valt en zeker niet uit een boek. Het meest inspirerende voorbeeld is ‘The Great Vine’ in de kas van Hampton Court Palace (Richmond, London), een Vitis vinifera ‘Shiva Grossa’ geplant in 1769, met inmiddels een stamomvang aan de basis van 4 meter, gesteltakken van 36 meter lang en een gemiddelde jaarlijkse opbrengst van 272 kg diepblauwe dessertdruiven. Van één plant welteverstaan. En in goede jaren is de oogst nog eens de helft groter!

vruchtzetelklein

foto Lotte Sprengers

Bij de cordonsnoei worden lange, rechte gesteltakken opgebouwd met een verlengenis van 20 à 30 cm/jaar, bezet met vruchtzetels op een onderlinge afstand van de breedte van een mannenhand. Vanuit één vruchtzetel worden jaarlijks twee ranken gekoesterd, één om vruchten te dragen en één om twee knoppen voor de twee nieuwe ranken van het jaar daarna te laten zwellen. Maar over welke ranken heb je het dan? En welke knoppen aan welke tak moet je dan laten zitten? Welke uitlopers moet je ‘dieven’ en welke moet je vooral niet weghalen? De druif zelf houdt zich namelijk helemaal niet aan die wetmatigheid van twee. Geen struik die zo weelderig groeit als een druif. In plaats van twee ranken per vruchtzetel ontspringen er talloze. Horror pleni!

Wát een gepaste trots en wat een voldoening viel mij ten deel toen ik gisteren Lotte haar druif zag snoeien, niet gehinderd door de blik van haar leermeester. Trefzeker, zonder enige aarzeling en in een vlot tempo ontdeed zij haar druif van afgedragen en overtollig hout, bij iedere vruchtzetel zette zij precies boven de juiste knop een knip, en ze leek bijna intuïtief te werk te gaan. Zou Buwalda deze existentiële wederkerigheid in de meester – leerling relatie bedoelen? Haar ingehouden trots die mijn gepaste trots versterkte? Hetgeen haar weer enthousiasmeerde en wat mij vervolgens zoveel voldoening gaf? Het echte genieten van het snoeien der druiven begint pas net!

1) Wybe Kuitert en Jan Freriks (1994): Hovenierskunst in Palmet en Pauwstaart. Geschiedenis en techniek van het snoeien van leifruit. Uitgeverij De Hef, Rotterdam

27 januari 2014