guerilla gardening

4. Guerilla Gardening

Over het genoegen van subversief gedrag

image001

foto Wim Vermaak

Over guerrilla gardening heb ik al lang niets meer vernomen. Althans, niet in Nederland. Jammer! Waar ik in de jaren ‘70 nog wel eens verrast werd door bloeiend rozenstruweel op plekken waar eerst nog onbelopen stoeptegels lagen, of waar opeens rijtjes zonnebloemen pronkten langs braakliggende veldjes en wegbezuinigde plantsoentjes, lijkt het groene oorlogje in de publieke ruimte uitgewoed. Jazeker, er worden op het internet door politiekcorrecte partijen nog wel acties aangekondigd, compleet met inschrijfformulieren, data en plaatsaanduidingen. Maar dat is geen guerilla; van spontaniteit, van in het diepste geheim en bij maanlicht uitgevoerde groene acties, van anonieme bloemrijke middenbermen lijkt in Nederland geen sprake meer te zijn. Bij ons is guerilla gardening immers al lang geleden door beleidsmakers doodgeknuffeld. In de huurovereenkomst van mijn vorige huis was ‘het gedogen van het verwijderen van één rij stoeptegels langs de voorgevel ter groene verfraaiing van het straatbeeld’ zelfs contractueel vastgelegd. Nee, nee, geen misprijzen over al die groene gevelstrookjes! Hoe groener hoe beter! Maar het genoegen van het effect van een illegale activiteit smaakt toch echt anders dan dat van het opvolgen van voorgeschreven regels binnen de kaders van de beleidsruimte ….

Guerilla gardening is tuinieren op een stuk grond waarvan je niet het recht op vruchtgebruik hebt. Welbeschouwd is het niets minder dan uitdrukking geven aan de onbedwingbare behoefte tot het toevoegen van kwaliteit, en wel zó onbedwingbaar dat je bereid bent hiervoor het domein van de subversiviteit te betreden. Nu is kwaliteit een kwestie van smaak en iedereen kent analogieën zoals graffiti en wildbreien, maar het zijn uitzonderingen die de regel bevestigen dat de toegevoegde schoonheid van dat soort subversiviteit nihil is. Bij guerilla gardening is dat wezenlijk anders: iedereen wordt blij van bloemen.

image002

foto Wim Vermaak

Echte guerilla gardening is niet voor bange mensen. Een geslaagde guerilla vraagt om visie en een doel, om strategie, om volharding en om guerilleros die het vuile werk opknappen. Laten wij een voorbeeld nemen aan de Britten, zij weten als geen ander hoe het groene oorlogje gevoerd moet worden. Via talloze blogs brengen zij je strategisch inzicht bij en inspireren zij  met sophisticated hi-tech design van benodigd oorlogstuig. Niet alleen neo-hippies en stadsnomaden, maar ook keurige dames met Burburry cashmere scarfs en en o-zo-vrolijke fuchsiaroze Foxgloves staan in London en Birmingham opgewekt hun illegale tuintjes te begieten.

En ikzelf? Ik spit nog maar eens een paar extra vierkante meters kantoorplantsoen om, rond de gedoogplek voor mijn bijenkasten. Ik moet toch ergens ruimte maken voor mijn alsmaar uitdijende collectie herfstasters, bedoeld als bijenvoer. Inmiddels heb ik mijn schroom om daar bij daglicht te tuinieren overwonnen en de harde werkers in het aanpalende kantoorgebouw juichen mij van harte toe: “Meer bloemetjes en bijtjes voor ons raam!”.

13 februari 2014