Bijen

13. The early bee catches the honey

Het bekende verhaal van de bloemetjes en de bijtjes verdient nuancering. Bijen doen het immers niet alleen met bloemen maar ook met luizen. Vorige week zondag (7 september 2014) bewandelde ik mijn vertrouwde zondagochtendpad en om half 10 liep ik langs de lange lindelaan van Beverweerd bij Werkhoven. Over de gehele lengte van de laan van ruim 500 meter klonk een zwaar gegons van honingbijen, hoog vanuit de toppen van de lindebomen en in volume vergelijkbaar met dat van een bijenzwerm. Ook in het aangrenzende eikenbos aan het begin van de laan was datzelfde zware gegons te horen. De bijen vlogen op de honingdauw, geproduceerd door luizen. Op het bijgevoegde filmpje (klik hier) is het gegons goed te horen, mits je computer in een stille kamer staat en je de volumeknop voluit open zet.

De lange lindelaan van Beverweerd Klik op de foto voor een beter beeld

De lange lindelaan van Beverweerd
Klik op de foto voor een beter beeld

Het was uitstekend weer voor de bijen: een mooie zonnige nazomerochtend met wat restanten nachtelijke nevel, bijna windstil en een graad of 17; de nacht ervoor was relatief warm verlopen. Op de terugweg van de wandeling, een klein uurtje later, was het al weer nagenoeg stil. Je hoorde nog wel bijen vliegen, maar bij lange na niet in de hoeveelheden van een uur daarvoor. De nachtelijk geproduceerde honingdauw was blijkbaar geconsumeerd. The early bee catches the honey!

Ik verbaasde mij over dat zware gegons, dit betrof een zéér zware honingdracht. Er moeten tienduizenden bijen hebben gevlogen, gezien de lengte van de lindelaan en de oppervlakte van het eikenbos. Wellicht dat bijen honingdauw (voor een deel) vliegend verzamelen, waardoor je ze zo goed kan horen. Een bij die op een bloem nectar opzuigt beweegt haar vleugels niet en die hoor je niet; pas wanneer zij wegvliegt naar de volgende bloem kan je haar weer horen.

Vanmorgenvroeg ben ik opnieuw gaan luisteren in Beverweerd. De weersomstandigheden waren vergelijkbaar met die van een dag of 10 geleden en inderdaad werd er nog steeds druk gevlogen, zij het wel fors minder dan de vorige keer. Bovendien viel het me op dat het gegons alleen zeer lokaal te horen was. Een klein eindje verderop in hetzelfde type bos (eveneens hoog opgaand loofhout op komklei) was niets te horen. Dat zal te maken kunnen hebben met de afstand van de locatie tot de standplaats van de bijenvolken, maar zeker ook met de mate waarin de betreffende eiken en linden bezet zijn met luizen.

In Nederland wordt bladluizenhoning weinig gewaardeerd. Het is niet alleen een zeer onregelmatige honingdracht (het treedt lang niet alle jaren op en met een beetje regen spoelt de honingdauw direct van de bladeren af), de smaak is uitgesproken kruidig en de honing is zeer donker van kleur. Het zou niet goed zijn voor de bijen als laatste dracht vlak voor de winter, maar volgens mij is dat flauwekul. In Duitsland en Frankrijk is die waardering geheel anders. De zogenaamde Tannenhonig uit het Schwarzwald en het Bayerische Wald (de door bijen verzamelde honingdauw van schildluizen op zilverspar) is zeer gewild en de prijs is anderhalf tot twee keer zo hoog als die van bloemenhoning. In Frankrijk wordt zelfs een appelation d’origine contrôlée toegekend aan de Miel de Sapin des Vosges. Misschien iets om over na te denken voor de imkers uit Werkhoven en Odijk?

 

 

11. Mannen in witte pakken

Nog nooit in de afgelopen 40 jaar heeft de imkerij zoveel belangstelling gehad als in de laatste jaren. Je kunt de radio niet aanzetten, of je hoort wel een bericht over bijen. Iedere zichzelf respecterende krant plaatst met enige regelmaat artikelen over recent bijenonderzoek of een interview met een bevlogen imker. En ik merk het ook in het persoonlijke contact: wekelijks is er wel iemand die mij naar mijn bijen vraagt. Het merendeel van deze nieuwsgierigheid heeft overigens een zorgelijke ondertoon: gaat het nog wel goed met de bijen? Ziektes, Varroamijten, gebrek aan drachtplanten en bestrijdingsmiddelengebruik eisen hun tol. Paradoxaal genoeg gaat het met de imkerij uitstekend en het aantal bijenvolken in Nederland neemt toe.

klik op afbeelding voor vergroting

klik op afbeeldingen voor vergroting

Niet alleen in Nederland krijgen imkers alle aandacht, ook over de grens mag de imkerij zich in een grote belangstelling verheugen. Vorige week wandelde ik in het Jardin du Luxembourg midden in het hart van Parijs en tot mijn teleurstelling was een deel van het park afgezet met dranghekken en rood-witte kettingen. Ik had me immers juist voorgenomen dit keer alle hoeken van dit mooie stadspark te bekijken. Achter de dranghekken zaten mannen en vrouwen in witte pakken en mijn eerste associatie was er een met een bommelding of iets dergelijks. Dichterbij gekomen zag ik echter dat het een groep imkers was: het betrof de halve woensdagmiddagklas van de Parijse imkerclub Société Central d’Apiculture (http://www.la-sca.net/spip.php?rubrique2). De andere helft van de klas 071oogstte op dat moment de laatste zomerhoning, bedoeld voor de verkoop op het jaarlijkse Fête du Miel in hetzelfde park op 27 en 28 september a.s.. Deze Société kan de toeloop van cursisten nauwelijks aan, zij organiseren jaarlijks drie parallelcursussen en alle 80 cursusplaatsen in 2015 zijn reeds bezet. Overigens kent deze Société een lange traditie van imkercursussen; sinds 1856 hebben enkele duizenden Parijzenaars een cursus in het Jardin du Luxembourg met goed gevolg afgesloten. De website van de SCA spreekt over plusieurs dizaines de milliers d’auditrices et d’auditeurs, maar dat lijkt me wat veel. Dat zijn er minstens 125 per jaar, wanneer het gaat over 20.000 cursisten in 160 jaar. Maar hoe het ook zij, de Franse trots hieromtrent zal zeker deels gepast zijn. affiche_Lux_2014-4fa42

Ik vraag me af, waar die enorme belangstelling vandaan komt. Toen ikzelf in 1972 imker werd, was de imkerij in Nederland weliswaar niet echt zieltogend maar ik was wel een heel jong broekie binnen een club van overwegend zeer grijze oude mannen en een paar dito vrouwen. Imkers leken tot een uitstervend ras te behoren. De ledenaantallen van de imkerclubs liepen al jarenlang terug en je werd als imker ook wel een beetje als wereldvreemd beschouwd. Wat een contrast met tegenwoordig! Nu wordt je als ‘hoeder van de biodiversiteit’ gekoesterd (voor wat het waard mag zijn …). Zou dat in Frankrijk vergelijkbaar zijn? Kende de imkerij daar net als hier een sterke teruggang in de 2e helft van de vorige eeuw? En wordt de imkerij daar net als in Nederland meer en meer een urbane aangelegenheid? In ieder geval doen de bijen het in het Jardin du Luxembourg geweldig goed, getuige de volle honingraten die uit de kasten werden gehaald. Ik zal mijn scouts vragen te onderzoeken wat de Parijzenaar op die feestmarkt betaalt voor een potje ‘Miel de Luxembourg’!