Month: maart 2014

10. Verontwaardiging en glimlach

Waarin verschilde de recente maatschappelijke commotie rond “Minder! Minder! Minder!” met de ophef van destijds over schoten in de knie, kopvoddentaks en Polenmeldpunt? Zeker, de omvang van de maatschappelijke verontwaardiging was dit keer groter. Of liever gezegd, zij leek in ieder geval groter, ze was zichtbaarder en de media besteedden er meer aandacht aan. En sommige politieke kopstukken lieten zich dit keer, zij het na enige aarzeling, pregnanter horen: “Ik krijg er een vieze smaak van in mijn mond”; “Abject”; “Walgelijk”; “Vergif”; “Moeten we een cordon sanitaire opwerpen?”. De Duitse krant Die Zeit maakte zelfs een vergelijking met Goebbels. En toch was dit allemaal meer van hetzelfde, het bleef allemaal verontwaardiging zonder impact. Wederom was in alle ophef een ondertoon van hopeloze machteloosheid tegenover zoveel schoffering invoelbaar.

Behalve dit kwantitatieve onderscheid was er ditmaal een antwoord op het discriminerende, opruiende geblaat dat écht verschil maakte. Dit antwoord was afkomstig van de meest direct aangesproken groep Nederlanders van allochtone afkomst (en bij mijn waarneming werd er voor het eerst in de media ruim podium gegeven aan vertegenwoordigers van deze groep). Ik doel hier niet op de voorgeschotelde voorbeelden van de schrijnende effecten van de verwensingen: in zekere zin verwacht je als toeschouwer niet anders dan geconfronteerd te worden met voorbeelden van diepe angst bij de Marokkaanse Medelanders. Getuigenissen van ervaringen van basisschoolleerlingen die op hun schoolplein worden uitgejouwd, gaan door merg en been. Maar de uitwerking van dit akelige nieuws is andermaal meer van hetzelfde. Het onderstreept enerzijds opnieuw de ernst van de situatie en het wakkert anderzijds opnieuw het gevoel van onvermogen aan om oorzaken bij hun wortels aan te pakken.

foto van Twitter

foto van Twitter
klik voor meer voorbeelden op foto

Het echte verschil zat ‘m voor mij dit keer in het onverwachte, in iets wat ik vooraf nauwelijks voor mogelijk had kunnen houden. Jonge Marokkaanse Medelanders plaatsten vorige week massaal hun selfie op Twitter, met een Nederlands paspoort in hun hand. Deze actie trof zijn doel: de media pikten het gretig op. De actie was opgezet vanuit de gedachte: “Jongen, wat wil je nou, je krijgt mij echt het land niet uitgezet, want ik heb een Nederlands paspoort”. A very bold statement zou ik zeggen en er is geen speld tussen te krijgen. Maar wat deze actie mijns inziens echte maatschappelijke impact gaf, waren de vele glimlachende gezichten op die foto’s. Veel meer dan door de illustratie van de juridische status van hun Nederlanderschap werd ik, en gezien de reacties velen met mij, geraakt door die glimlach. Juist door hun glimlach bevestigen veel twitteraars van deze #Bornhere actie hun vanzelfsprekende aanwezigheid, hun ‘ZIJN’ in het hier en nu. Een boodschap die nog eens versterkt werd door de context waarbinnen ze werd afgegeven: je zal maar te horen krijgen dat je ongewenst bent en je respons is een glimlach!

foto van Twitter

foto van Twitter
klik voor meer voorbeelden op foto

Wat al deze mensen bewust of onbewust met hun nonverbale uitdrukking ook hebben willen communiceren, ik kan niet anders dan er een vriendelijk, ontspannen en open gebaar in zien. Ik lees in hun gezicht goedgezindheid, blijdschap en vertrouwen in de toekomst. Deze glimlachende actievoerders roepen mijn bewondering op en voor mij maken zij het verschil. Hun signaal tenslotte is van een geheel andere orde dan die van de hopeloze machteloosheid van onze volksvertegenwoordigers.

26 maart 2014

9. Boombevrijdingsdag

Deze blog draag ik op aan mijn dochter Ida

20 km rechte weg ancienne voie romaine tussen Vittel en Mrtigny les Bains

GR7 ten noorden van Martigny-les-Bains
klik voor vergroting

Het is 9 maart 2014 en wandelend over een oude Romeinse weg in N.-O. Frankrijk lees ik het landschap. De weg loopt over een afstand van ruim 20 km kaarsrecht door het open land, van heuveltop naar heuveltop en zij biedt magnifieke vergezichten. Je ziet voor je hoe het landschap er in de Romeinse tijd uit gezien zou kunnen hebben: aan weerszijden van de weg een greppel, dan een één of twee kilometer brede strook bouwland om vanaf de weg goed zicht te hebben, en achter dat bouwland dichte bossen en af en toe een vallei met uitzicht op een groepje boerderijen. De (romaanse) kerkjes zijn van later datum. De 2000 jaar oude fundering van de weg is nog geheel intact en her en der zichtbaar. Zelfs het plaveisel lijkt op sommige plaatsen origineel. Het Romeinse motto was ‘alsmaar rechtdoor’ en door de lichte glooiingen nodigt de weg uit om bewandeld te worden. Voor Caesar’s troepen gold: ‘Mijlen maken!’.

Net als overal elders in Europa vindt ook in La Lorraine schaalvergroting in de landbouw en kaalslag in het landschap plaats. Perceelsgrenzen worden geslecht, bosjes, hagen en overhoekjes worden ‘opgeruimd’, maar ondanks dat vind ik het landschap ter plekke nog bijzonder fraai. Het weer helpt hier zeker mee, zo ook de talloze Alouettes des champs, waarvan het gezang contrasteert met de eindeloze stilte. Opeens doemt er in de verte een lange rij recent aangeplante vruchtbomen op, in de berm van deze millennia-oude weg. Ze staan er precies zoals ze er moeten staan, denk ik: ver genoeg van het wegprofiel om beladen karren (sorry, tractoren) niet te hinderen en vanuit de verte versterken ze prachtig het beeld van de kaarsrechte weg. Kan je je in dit landschap iets mooiers voorstellen dan de aandacht die geschonken wordt aan de verfraaiing ervan? Een verfraaiing bovendien, die zonder enige twijfel past in de eeuwenoude traditie van vruchtbomen langs de weg?

Dichterbij gekomen zie ik dat er allerlei soorten tussen zitten: appels, peren, mirabellen, kweeperen, kersen, tientallen van elke soort. Welke vruchtbomen hebben die Romeinen van destijds allemaal over hun rijk verspreid? Deze bomen zijn een jaar of drie geleden aangeplant en mijn wandelgenoot en ik mijmeren over het aanplanten van vruchtbomen langs alle grote wandelroutes en pelgrimspaden dwars door Europa, bij wijze van routemarkering. En dan valt mijn oog op de knellende boombanden. Dit mooie initiatief lijkt in de kiem gesmoord te worden! De nazorg voor de jonge bomen in de jaren na de aanplant is achterwege gebleven en de dunne stammetjes worden intussen in hun diktegroei zodanig geremd dat de kroon het loodje gaat leggen. De nieuwe sapstroom komt al op gang, de knoppen zwellen reeds, maar sommige exemplaren zijn al helemaal klem gegroeid in de boomband die bedoeld was om stevigheid te bieden. Dit schreeuwt om verlossing!

boombevrijding langs ancienne voie romaine tussen Vittel en Mrtigny les Bains (2)boombevrijding langs ancienne voie romaine tussen Vittel en Mrtigny les Bains (12)Ik kan het niet laten en ik ga bomen bevrijden. Van enkele tientallen exemplaren die stevig genoeg zijn om zonder steunpaal de wind te trotseren, verwijder ik de knellende banden. Bij sommige trek ik ook de steunpaal omver, omdat die tegen de bast aanschuurt en wonden veroorzaakt. En zonder dat ik het me in eerste instantie bewust ben, verbind ik me door deze handeling met deze bomen, met deze Romeinse weg, met dit stukje Frankrijk. Tevreden kijk ik terug op het resultaat en de verzamelde boombanden hang ik op aan de laatste boompaal. Voldaan na gedane zaken verlang ik naar een volgende wandeling over deze weg, over een jaar of 5. Dan wil ik zien hoe fier en dik de bomen erbij staan; bomen die een beetje ‘mijn bomen’ zijn geworden.

8. Landschap lezen

Over het jezelf verbonden kunnen voelen met een landschap

GR 507 tussen Estrennes en Domjulien

Tussen Estrennes en Domjulien,
GR507, Lorraine.
Klik voor vergroting

Wandelen biedt je bij uitstek de gelegenheid om het landschap te lezen. Gaandeweg heb je volop de tijd om de vorm van het buitenste laagje van de aardkorst in je op te nemen, om de kleur en de structuur van de bodem te beoordelen, om waterstromen te volgen, om de verkaveling te bekijken en om logica in het paden- en wegenpatroon te ontdekken. Natuurlijk helpt het je wanneer je vooraf een beetje kennis hebt opgedaan: zaken waar je geen kennis van hebt neem je immers nauwelijks waar. (Hierin schuilt het geheim van de goede reisleider: hij weet iets wat jij niet weet, ziet daardoor meer dan jijzelf en slaagt er daardoor in de voor hemzelf triviale waarnemingen tot iets bijzonders voor jou te maken.) Al wandelende vorm je jezelf een beeld van de wijze waarop mensen ter plekke in de loop van de geschiedenis hun omgeving vorm hebben gegeven en hoe ze dat vandaag de dag nog steeds doen. En uiteindelijk begrijp je misschien iets van je eigen plaats en rol in dat landschap en zie je het effect van je eigen voetafdruk.

Of je het nu wilt of niet, alleen al door aanwezig te zijn heb je effect op een landschap. Soms is dat effect relatief groot en onomkeerbaar, maar meestal lijkt het effect weg te vallen in de ruis van de onnoemelijke aantallen andere factoren. Maar toch, het pad dat je bewandelt blijft een pad mede doordat jij het beloopt. Net zo goed als een akker een akker blijft omdat die jaar in jaar uit als akker bewerkt wordt. Wanneer je je bewust bent van de effecten van je aanwezigheid op het jou omringende landschap, dan ervaar je tevens dat je er integraal onderdeel van uit maakt (en van de hele wereld daar omheen, maar daar gaat deze blog niet over). Zonder jouw aanwezigheid is een landschap een ander landschap en landschap lezen is aldus ook je eigen geschiedenis lezen.

Toch is dit rationele, fysisch-geografische en sociaal-geografische begrip van een landschap, dit vermogen tot het lezen ervan nog niet voldoende om jezelf met een landschap te kunnen verbinden, om jezelf er in opgenomen te voelen. Om te beginnen verhoud jij je niet alleen tot het landschap, maar verhoudt het landschap zich ook tot jou. En die wederkerigheid is lang niet altijd welgevallig; in het ene type landschap voel je je immers veel meer thuis dan in het andere. Factoren als schoonheid, jezelf geborgen kunnen voelen, de diversiteit in vegetatie, fauna en cultuurhistorische elementen en het jezelf kunnen herkennen in die cultuurhistorie, spelen een grote rol in de gastvrijheid die je als wandelaar in een landschap ervaart. Daarnaast vraagt het je verbonden kunnen voelen met een landschap ook om actieve betrokkenheid, om het uitvoeren van gerichte handelingen. Ik denk dat de mate waarmee je je verbonden kan voelen met een landschap rechtevenredig toeneemt met de inspanningen die je in dat landschap verricht. Lopen is daarom zo’n goede manier om je ermee te verbinden; veel meer dan fietsen en oneindig veel meer dan autorijden. En het wordt natuurlijk echt iets anders wanneer je arbeid verricht in dat landschap, wanneer je zorg en aandacht besteedt aan datgene wat zich in dat landschap afspeelt. Bomen planten bijvoorbeeld. Hoe moet dat zijn voor families die al generaties lang op één en dezelfde plek wonen? Als voorbijganger tel je dan nauwelijks mee.

18 maart 2014

7. Tijdreizen

Of de transformatie in de natuur

Met een beetje fantasie is het voorjaar het moment bij uitstek om een reisje in de tijd te maken. Twee tot drie weken tijdsverschil overbruggen moet haalbaar zijn. Nee, ik doel niet op gedachte-experimenten rond de relativiteitstheorie of op sciencefiction gebaseerde literatuur, maar op een uitstapje langs een noord-zuid as in Europa. Wanneer je vroeg in het groeiseizoen naar het zuiden reist en goed om je heen kijkt, valt het je op dat het voorjaar verder gevorderd is naarmate je verder naar het zuiden afreist, en naar het noorden vice versa. In zekere zin reis je dus vooruit in de tijd als je naar het zuiden gaat en terug in de tijd als je naar het noorden gaat. In het najaar is dat precies andersom.

Exif_JPEG_PICTURE

Eerste bloei Boswilg (met honingbijen)

Eerste waarnemingen’ in de natuur, (eerste bloeiende Boswilg, eerste Maarts Viooltje, etc.), zijn te beschouwen als een transformatie van niets naar iets naar veel: maandenlang heb je tegen kale bomen aan zitten kijken (‘niets’), ineens zie je het eerste geel van een bloeiend wilgenkatje (‘iets’). Kort daarna zie je het overal (‘veel’). Juist omdat het een transformatie is, valt het zo sterk op. Dit heeft een analogie met het fenomeen uit de natuurkunde dat een minimum vaak veel beter waarneembaar is dan een maximum. Het verschil tussen bijvoorbeeld geen sigarettenrook (‘niets’) en de rook afkomstig van de eerste trek (‘iets’) valt altijd heel sterk op; het verschil tussen de volgende 15 en 45 sigaretten (‘veel’) die gerookt worden is nauwelijks meer waarneembaar.

De auto of liever nog de trein is voor dit tijdexperiment een uitstekend vervoermiddel; per dag leg je makkelijk enkele honderden kilometers af en de transformatie van niets naar iets naar veel speelt zich in een paar uur tijd voor je ogen af. Naast de Boswilg zijn er een flink aantal andere soorten die zich goed lenen voor deze prettige opwinding. Ze moeten natuurlijk een beetje opvallend zijn en liefst algemeen voorkomen langs de spoorbaan of snelweg, zoals Sleedoorn, Gele kornoelje en, iets later in het seizoen, de Noorse Esdoorn, de Kers enzovoorts. Paardekastanje is er ook zo een: in Maastricht bloeit die meestal een week eerder dan in Utrecht. Wanneer je reis echter fors langer is dan pakweg 500 kilometer zuidwaarts dan treedt er een ander fenomeen op: naast bekende soorten zie je dan gaandeweg ook steeds meer nieuwe soorten verschijnen die in je eigen woonomgeving helemaal niet voorkomen. De eerste bloei van zo’n nieuwe, zuidelijke soort ontkracht dat gevoel van tijdreizen, omdat het je zo overduidelijk met je neus op de feiten drukt dat je je natuurlijk helemaal niet in de tijd maar in de ruimte aan het verplaatsen bent: je bent dan in een ander floradistrict aangekomen.

Eerlijk gezegd verwacht ik dat mijn aanstaande tijdreisje langs de noord-zuid as in het voorjaar van 2014 wat dit betreft niet zo spectaculair zal zijn: de winter, die geen winter was, heeft ervoor gezorgd dat we hier al een maandje voorlopen. Het Klein Hoefblad en de Boswilg staan reeds in bloei. Maar mijn voorpret is er niet minder om en ik laat me graag verrassen.

3 maart 2014