Month: februari 2014

6. Solargrafie van een voorjaarssprint

Enkele weken geleden schreef ik een blog over de wisseling van het lichtseizoen en ik beweerde dat de zon op 4 februari aan haar voorjaarssprintje begint. Dit leverde mooie reacties op, variërend van nieuw inzicht in de achtergrond van de traditie van franse pannenkoeken tijdens Maria Lichtmis tot verzoeken voor meer uitleg over het tempo van de zon. Over franse crêpes wil ik een andere keer gaan schrijven en ik deins ervoor terug om in mijn blogs wetenschappelijke uitleg te geven over de gevolgen van de scheve stand van de aardas. Dat lukt me niet in een paar honderd woorden. Maar dan schiet Jan Koeman mij te hulp. Jan is meesterfotograaf van lichtverschijnselen aan het hemelgewelf en hij stuurde mij de verbluffende resultaten van een project dat uitblinkt in schoonheid en eenvoud.

Jan startte enkele jaren geleden bij de Volkssterrenwacht in Middelburg het project Solargrafie. Zo’n 100 deelnemers werden uitgedaagd om met behulp van slechts een bierblikje, wat ductape, een speld en wat ouderwets lichtgevoelig fotopapier in 10 stappen een foto van de zon te maken. Stap 1: Deksel netjes van blikje afdraaien met blikopener, blikje leegdrinken en schoonmaken; 2: Blikje meenemen naar ‘donkere kamer’; 3: Velletje lichtgevoelig fotopapier onder in blikje bevestigen; 4: Deksel op blikje bevestigen met ductape; 5: Heel klein gaatje in deksel prikken en gaatje afplakken; 6: Blikje op 21 december of 21 juni buiten stevig bevestigen met het gaatje op het zuiden gericht en gaatje openen; 7: Blikje na 6 maanden verwijderen; 8: Fotopapier uit blikje halen. Het beeld is ‘negatief’; 9: Fotonegatief scannen; 10: Met fotobewerkingsprogramma een ‘fotopositief’ beeld maken en klaar is Kees.

Foto Jan Koeman Solargraph Kloetinghe 2012

Foto Jan Koeman, Solargraph Kloetinge 2012,      klik voor vergroting

Je gelooft je ogen niet! Het project leverde fantastische foto’s op en het haalde de landelijke pers. Je ziet in één oogopslag de loop van de zon langs de hemel gedurende 6 maanden (de foto hier links is gemaakt met een sluitertijd van 5 maanden, van 25 december tot einde mei). Op iedere heldere dag laat de zon een lichtspoor op het fotopapier achter; iedere volgende dag net een beetje hoger dan de vorige.

Terug naar het voorjaarssprintje van de zon. Op de foto zie je (*) dat de verhoging van de top van het lichtspoor in de eerste 6 à 7 weken (tussen 25 december en begin februari) heel gering is ten opzichte van eenzelfde periode daarna (begin februari tot 2e helft maart). Je ziet dat de zon als het ware vanaf begin februari meer dan 2 maal zo hard rent als in de weken daarvoor. Om dit voorjaarssprintje te begrijpen kan je beter één mooie foto van Jan bekijken dan tien blogs lezen. En ga vooral naar zijn website voor nog veel meer fraaie foto’s.

Dank je wel, Jan!

(*) Natuurlijk zie je hier een vertekend beeld: het papier zit een beetje gekromd in het blikje, maar met de uitleg daarover zou deze blog toch nog wetenschap worden.

26 februari 2014

5. Troost uit een veertje

‘Vertel me wat dit leven de moeite waard maakt’. Met deze vraag ging Wim Kayzer eind jaren ‘90 voor de VPRO de wereld rond en legde hij deze vraag voor aan wetenschappers, filosofen en kunstenaars. De gesprekken resulteerden in 27 fascinerende televisieprogramma’s, uitgezonden onder de titel ‘Van de Schoonheid en de Troost’ en voor mij vormen ze een hoogtepunt in wat televisie me ooit geboden heeft. Ze hebben nog niets aan waarde ingeboet.

De geïnterviewden geven antwoorden op vragen over hun leven met de toevalligheid van hun bestaan, of ook wel hun worsteling daarmee. Ik zeg met nadruk ‘hun’ en niet ‘het’, want juist daarom is ‘Van de Schoonheid en de Troost’ zo’n meesterlijke documentaire: Kayzer’s gesprekspartners spreken niet alleen vanuit het perspectief van hun vakgebied, maar delen ook heel persoonlijke ervaringen. Sommige interviews zijn terug te vinden op Youtube (On Beauty and Consolation). Neem bijvoorbeeld het gesprek met Richard Rorty, een groot, Amerikaans filosoof. De verlegen en bescheiden Rorty zit vooraleerst wat ongemakkelijk in het gesprek, maar Kayzer weet hem te verleiden tot uitspraken die je niet licht vergeet. Het gesprek lijkt op het eerste gezicht alleen over abstracte filosofie te gaan, die volgens Rorty hard en kil is. Maar ondertussen zit ik als kijker wel naar een zeer gevoelige man te kijken. Rorty vraagt (!) bijvoorbeeld toestemming te mogen citeren uit het nawoord van Vladimir Nabokov in ‘Lolita’ en hij beschrijft na het voorlezen van de passage zijn bewondering voor auteurs als Nabokov, die zo treffend mooi  kunnen formuleren: “I am contemplating a miracle when I read such lines which make the hair of the neck stand up. It is so impressive, I have no idea how it [= het schrijven van zulke mooie teksten] could be done. But I can imagine people just find themselves doing so”. Ondertussen is het natuurlijk Rorty zelf die kwistig prachtige uitspraken rondstrooit waardoor juist mijn nekharen overeind gaan staan. Vooruit, nog eentje dan, wanneer hij spreekt over de grote creatieve geesten der aarde: “How nice to be in the same world with people who can create such a brilliant imagenary creation. And to be able to appreciate what they have done”.  Wanneer Kayzer hem nader bevraagt over wat hem beweegt blijkt Rorty over een “stock of beautiful things …”  te beschikken,  “… consolatory images always in my head”, en ze verlaten de studio om buiten naar vogels te kijken. Daar zien we Rorty dan te midden van zijn bron van troost, als de man die met onbevangen enthousiasme over de schoonheid van de Pestvogel of de Rode Kardinaal spreekt.

troost 080

foto Wim Vermaak

Welk een diepe wijsheid weet Kayzer zijn gesprekspartners te ontfutselen. En hoe verheven en tegelijkertijd geaard weet Rorty mij als toeschouwer te beroeren. Hij biedt me immers zowel stof tot nadenken over de wezenlijke vragen rond de toevalligheid van mijn eigen bestaan, alsook levenslessen die hij tot concrete proporties terug brengt: geniet van schoonheid want daarin ligt troost verborgen. En laat de grote Rorty die schoonheid nou net als ikzelf ook in de natuur vinden, in de vlucht van een vogel, in de kleur van een veertje … . Aandacht hebben voor het gewone and to be able to appreciate it, waardoor het aandacht voor het sublieme wordt.

19 februari 2014

4. Guerilla Gardening

Over het genoegen van subversief gedrag

image001

foto Wim Vermaak

Over guerrilla gardening heb ik al lang niets meer vernomen. Althans, niet in Nederland. Jammer! Waar ik in de jaren ‘70 nog wel eens verrast werd door bloeiend rozenstruweel op plekken waar eerst nog onbelopen stoeptegels lagen, of waar opeens rijtjes zonnebloemen pronkten langs braakliggende veldjes en wegbezuinigde plantsoentjes, lijkt het groene oorlogje in de publieke ruimte uitgewoed. Jazeker, er worden op het internet door politiekcorrecte partijen nog wel acties aangekondigd, compleet met inschrijfformulieren, data en plaatsaanduidingen. Maar dat is geen guerilla; van spontaniteit, van in het diepste geheim en bij maanlicht uitgevoerde groene acties, van anonieme bloemrijke middenbermen lijkt in Nederland geen sprake meer te zijn. Bij ons is guerilla gardening immers al lang geleden door beleidsmakers doodgeknuffeld. In de huurovereenkomst van mijn vorige huis was ‘het gedogen van het verwijderen van één rij stoeptegels langs de voorgevel ter groene verfraaiing van het straatbeeld’ zelfs contractueel vastgelegd. Nee, nee, geen misprijzen over al die groene gevelstrookjes! Hoe groener hoe beter! Maar het genoegen van het effect van een illegale activiteit smaakt toch echt anders dan dat van het opvolgen van voorgeschreven regels binnen de kaders van de beleidsruimte ….

Guerilla gardening is tuinieren op een stuk grond waarvan je niet het recht op vruchtgebruik hebt. Welbeschouwd is het niets minder dan uitdrukking geven aan de onbedwingbare behoefte tot het toevoegen van kwaliteit, en wel zó onbedwingbaar dat je bereid bent hiervoor het domein van de subversiviteit te betreden. Nu is kwaliteit een kwestie van smaak en iedereen kent analogieën zoals graffiti en wildbreien, maar het zijn uitzonderingen die de regel bevestigen dat de toegevoegde schoonheid van dat soort subversiviteit nihil is. Bij guerilla gardening is dat wezenlijk anders: iedereen wordt blij van bloemen.

image002

foto Wim Vermaak

Echte guerilla gardening is niet voor bange mensen. Een geslaagde guerilla vraagt om visie en een doel, om strategie, om volharding en om guerilleros die het vuile werk opknappen. Laten wij een voorbeeld nemen aan de Britten, zij weten als geen ander hoe het groene oorlogje gevoerd moet worden. Via talloze blogs brengen zij je strategisch inzicht bij en inspireren zij  met sophisticated hi-tech design van benodigd oorlogstuig. Niet alleen neo-hippies en stadsnomaden, maar ook keurige dames met Burburry cashmere scarfs en en o-zo-vrolijke fuchsiaroze Foxgloves staan in London en Birmingham opgewekt hun illegale tuintjes te begieten.

En ikzelf? Ik spit nog maar eens een paar extra vierkante meters kantoorplantsoen om, rond de gedoogplek voor mijn bijenkasten. Ik moet toch ergens ruimte maken voor mijn alsmaar uitdijende collectie herfstasters, bedoeld als bijenvoer. Inmiddels heb ik mijn schroom om daar bij daglicht te tuinieren overwonnen en de harde werkers in het aanpalende kantoorgebouw juichen mij van harte toe: “Meer bloemetjes en bijtjes voor ons raam!”.

13 februari 2014

3. Lichtseizoenswisseling

bas 057

foto Wim Vermaak

Hoe je de wisseling van het lichtseizoen ook zou willen markeren, begin februari, precies halverwege midwinter en het lentepunt, verandert er iets in het daglicht. De katholieke kalender bijvoorbeeld markeert dit moment als Maria Lichtmis (1) en in het Keltische jaarwiel werd dit omslagpunt aangeduid als Imbolc. De drie donkere maanden zijn achter de rug. Tussen begin november en eind januari is de dagelijkse verandering in daglengte zo gering, dat je het verschil nauwelijks waarneemt. Maar eind januari, begin februari merk je ineens dat de daglengte toeneemt. Het valt als eerste op aan de kleine dingen, vooral bij helder weer: je doet de gordijnen ’s avonds net iets later dicht, of ’s morgens vroeg bij het vertrek van je dagelijkse forensentrein begint het al een beetje te dagen. Vandaag, 4 februari, begint de zon aan haar voorjaarssprintje als opmaat naar de zomer. Tot 21 maart zit zij in een versnelling, daarna neemt haar versnelling weer langzaam af. Op 10 februari bijvoorbeeld komt de zon al ruim een kwartier eerder op (08.06 u) dan op 1 februari (08.22 u) en in de weken daarna gaat het nog harder.

Niet alleen neemt de daglengte weer toe, het is ook alsof vanaf begin februari de algen op de stammen van eikenbomen in de zon groener zijn dan in de maanden daarvoor en er meer goud in het zacht geel van de hazelaarkatjes zit. Er komt meer kleur in het landschap en de intensiteit van het licht neemt toe, waardoor schaduwen zich verscherpen en je meer contrast ziet. Tenslotte voel je het ook, de zon krijgt weer kracht, zij staat merkbaar hoger aan de hemel.

Gisteren hielp het weer een handje mee om lijfelijk waar te nemen dat er een nieuw lichtseizoen is aangebroken. Om 07.15 u was het tintelend fris en de hemel rond Venus begon al voorzichtig te kleuren. Tot een uur of 11 bleven beschaduwde velden wit berijpt, maar vogels oefenden hun eerste zang (1e vinkenslag gehoord, 1e grote lijster, 1e merel, roffelende spechten), bijen haalden hun eerste verse stuifmeel en rond het middaguur at ik mijn maal in de koesterende zon. Een oude man op zijn fiets begroette mij hartelijk met een enthousiast “Geniet ervan!”. Hijzelf genoot zichtbaar en zeker niet minder dan ik van het nieuwe licht. Ook hij was op weg.

(1) Maria Lichtmis (2 februari) gaat niet zozeer over de terugkeer van het daglicht als wel over de viering van het Joodse offer van Maria, 40 dagen na de geboorte van haar eerstgeboren zoon Jezus (Lucas 2: 22-35). En Jezus is de metafoor voor het licht.

4 februari 2014